Verzekeraars moeten aan bepaalde eisen voldoen om verzekeringsactiviteiten uit te mogen oefenen. DNB toetst aan deze eisen bij de behandeling van de aanvraag van een vergunning. Deze toets is in het belang van de polishouders die zaken willen doen met een solide verzekeringsmaatschappij.
Welke stukken moeten worden ingediend?
U bent onder andere verplicht om een programma van werkzaamheden in te dienen. Dit is een businessplan, waarin u een beschrijving opneemt van de aard en de risico's die u wilt dekken. Zie artikel 12 en 26 van het Besluit Markttoegang financiële ondernemingen Wft (Besluit markttoegang).
Artikel 14 en 27 van het Besluit markttoegang geven meer details. Hierin staat dat het programma van werkzaamheden onder meer bewijsstukken moet bevatten waaruit blijkt dat de verzekeraar beschikt over het minimumbedrag van het garantiefonds dan wel over de vereiste solvabiliteitsmarge. Verder moet u beschrijven hoe de administratieve organisatie, de interne controle en de financiële administratie zijn ingericht. Ook moet het programma van werkzaamheden bewijsstukken behelzen die laten zien dat u in het bezit bent van de hiervoor benodigde financiële middelen. Verder dient u voor de eerste drie boekjaren een raming te geven van de andere kosten van beheer, de premies en schaden en de liquiditeitspositie en de financiële middelen tot dekking van de verplichtingen en de vereiste solvabiliteitsmarge.
Als de aanvraag betrekking heeft op een vergunning voor de branche Aansprakelijkheid motorrijtuigen, dan dient de aanvrager ook een aantal aanvullende stukken te overleggen (artikel 2:32 Wft). Voor de branche Rechtsbijstand dient te worden voldaan aan het bepaalde in artikel 4:65 Wft met betrekking tot het voorkomen van belangenconflicten.
Vergunningvereisten
In artikel 2:31, 2:32, 2:42 en 2:49 Wft staan de vergunningvereisten. De vergunningvereisten voor de herverzekeraars zijn neergelegd in artikel 2:26b, 2:26d, en 2:26f Wft. De uitwerking van de vergunningvereisten vindt u in Deel 3 van de Wft, het Deel Prudentieel Toezicht Financiële Ondernemingen, alsmede de daarop gebaseerde lagere regelgeving. In artikel 3:15 Wft staat bijvoorbeeld het vereiste dat het dagelijks beleid van een levens- of schade verzekeraar door ten minste twee personen wordt bepaald.
Nadere uitwerking vergunningvereisten
De inhoud van de vereisten is nader uitgewerkt in het Besluit prudentiële regels Wft (Bpr) waarin onder meer de volgende onderwerpen zijn geregeld:
- Betrouwbaarheid en deskundigheid (mede-)beleidsbepalers (Hoofdstuk 2 Bpr)
Bij de aanvraag dienen ingevulde formulieren betrouwbaarheidstoetsing inclusief bijlagen te worden ingediend. Deze moeten worden ingevuld door het bestuur en de raad van commissarissen. Daarnaast dienen degenen die het (dagelijks) beleid van de verzekeraar, of de groep waartoe de verzekeraar behoort, bepalen of mede bepalen het formulier in te vullen. - Integere uitoefening van het bedrijf (Hoofdstuk 3 Bpr)
Hierbij gaat het onder meer over het tegengaan van belangenverstrengeling, wetsovertredingen en/of andere handelingen die maatschappelijk ongewenst zijn. Deze handelingen kunnen het vertrouwen in de verzekeraar schaden. - Beheerste uitoefening van het bedrijf (Hoofdstuk 4 Bpr)
Het gaat hier om het beheersen van bedrijfsprocessen en bedrijfsrisico's bij de bedrijfsvoering. - Uitbesteden van werkzaamheden (Hoofdstuk 5 Bpr)
Aan het uitbesteden van werkzaamheden zijn voor de verzekeraar - en daarmee voor de polishouders - risico's verbonden die adequaat moeten worden beheerst. De verzekeraar blijft verantwoordelijk voor de beheersing van de uitbestede activiteiten. Uitbestedingsovereenkomsten moeten voldoen aan de vereisten in artikel 28 Bpr. - Minimum eigen vermogen (Hoofdstuk 9 Bpr)
Het minimum bedrag van het garantiefonds wordt hier genoemd. Voor een schadeverzekeraar is dit EUR 2,3 miljoen, met uitzondering van schadeverzekeraars die het verzekeringsbedrijf uitoefenen in de branches Aansprakelijkheid motorrijtuigen, Aansprakelijkheid wegvervoer, Aansprakelijkheid luchtvaartuigen, Aansprakelijkheid zee- en binnenschepen, Algemene aansprakelijkheid of Krediet en Borgtocht. Voor hen bedraagt het bedrag EUR 3,2 miljoen. Voor levensverzekeraars is dit bedrag EUR 3,5 miljoen en voor natura-uitvaartverzekeraars EUR 45.378,02 (artikel 49 Bpr). Voor een herverzekeraar is dit EUR 3 miljoen. Voor herverzekeringscaptives is de hoogte van het bedrag EUR 1,1 miljoen. - Solvabiliteit (Hoofdstuk 10 Bpr)
Ingevolge artikel 59 Bpr is de solvabiliteit van een verzekeraar voldoende indien de aanwezige solvabiliteitsmarge op basis van het bepaalde in de artikelen 95 tot en met 98 Bpr ten minste gelijk is aan het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge, berekend conform de artikelen 65 tot en met 68 Bpr en niet lager is dan het minimumbedrag van het garantiefonds genoemd in artikel 49 of 57 Bpr. Zolang artikel 58 Bpr van toepassing is bedraagt de minimum solvabiliteitsmarge EUR 205.000.
Welke stukken moeten worden ingediend bij vergunninguitbreiding?
Een verzekeraar die zijn werkzaamheden wil uitbreiden met één of meer branches, heeft een uitbreiding van zijn vergunning nodig. De hierboven uitgewerkte vergunningeisen gelden ook dan, echter zal een groot deel van de vereiste informatie reeds in het bezit van DNB zijn.
Indien u een uitbreiding van een vergunning wenst aan te vragen, gebruikt u het vergunningaanvraagformulier en geeft u daarop aan welke informatie reeds in het bezit van DNB is en wanneer de laatste geactualiseerde versie van die informatie aan DNB ter beschikking is gesteld.
Het programma van werkzaamheden dient te worden aangepast aan de nieuwe activiteiten: u dient te beschrijven hoe de administratieve organisatie, de interne controle en de financiële administratie zijn aangepast aan de nieuwe activiteiten.
Voor de eerste drie boekjaren volgende op de beoogde datum van uitbreiding dient u een raming te geven van de kosten van beheer, de premies en schaden, de liquiditeitspositie en de financiële middelen tot dekking van de verplichtingen, alsmede de vereiste solvabiliteitsmarge. Deze informatie dient gespecificeerd te zijn voor de geplande uitbreiding van de activiteiten en voorzien van een toelichting hoe zich deze kosten, risico's etc. verhouden tot de huidige activiteiten.
Ook is bij een vergunninguitbreiding belangrijk, dat het bestuur over de vereiste deskundigheid beschikt met betrekking tot de nieuwe activiteiten. U dient ter zake een onderbouwing aan DNB te verstrekken. Voor zover in het kader van de uitbreiding nieuwe bestuurders worden benoemd, dienen deze op betrouwbaarheid en deskundigheid te worden getoetst.
Houders van een gekwalificeerde deelneming
Houders van een gekwalificeerde deelneming zijn alle natuurlijke personen en/of rechtspersonen die een (direct of indirect) aandelenbelang of zeggenschapsbelang in een verzekeraar hebben van 10 % of meer. De houders van een gekwalificeerde deelneming dienen vooraf te beschikken over een verklaring van geen bezwaar. Dit vereiste is gekoppeld aan de vergunningaanvraag. Indien de houder van een gekwalificeerde deelneming een rechtspersoon is, dienen de bestuurders van die rechtspersoon op betrouwbaarheid te worden getoetst.
De (beoogde) houder van een gekwalificeerde deelneming die een verklaring van geen bezwaar moet aanvragen, dient de volgende gegevens en bescheiden aan DNB te verstrekken:
- een opgave van de omvang van een gekwalificeerde deelneming als bedoeld in artikel 3:95 Wft;
- gegevens op basis waarvan DNB kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:99 Wft is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de houder van de verklaring van geen bezwaar die op grond van zijn gekwalificeerde deelneming het beleid van de betrokken onderneming zou kunnen bepalen of mede bepalen of zou bepalen of mede bepalen; en
- bescheiden waaruit zijn financiële positie en zijn juridische groepsstructuur blijken.
Termijn
DNB beslist binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag. Echter, zodra DNB om nadere gegevens of informatie verzoekt ter aanvulling op de aanvraag, wordt de beslistermijn opgeschort totdat DNB de gevraagde informatie heeft ontvangen. Indien DNB binnen de door haar gestelde termijn geen (voldoende) aanvulling ontvangt op de aanvraag kan zij besluiten om de aanvraag buiten behandeling te laten.
Kosten
Aan de behandeling voor een vergunningaanvraag zijn kosten verbonden. Deze kosten zijn vastgelegd in de Wet bekosting financieel toezicht.
Indienen stukken
U kunt het aanvraagformulier met de bijbehorende stukken indienen bij:
De Nederlandsche Bank N.V.
Expertisecentrum Markttoegang
Postbus 98
1000 AB AMSTERDAM
Telefoon: informatiedesk DNB 0800 020 1068 (op werkdagen bereikbaar tussen 09.00 en 17.00 uur)

